Silver tower in Brussel

    Silver tower in Brussel

    Kantoortoren met een oppervlakte van 40.000 m², zeven ondergrondse niveaus, een benedenverdieping en eenendertig verdere bovengrondse verdiepingen. Het gebouw werd opgetrokken op een krap perceel, omringd door openbare ruimten en spoorwegen. Het heeft de vorm van een elliptische lens van 28 m breed en 69 m lang. De hoogte bedraagt 128 m (137 m als er rekening wordt gehouden met het gevelskelet). Hiermee behoort het bouwwerk tot de categorie van de ‘hoge gebouwen’.

    De gebouwstructuur bestaat hoofdzakelijk uit gewapend beton, in de eerste plaats vanwege de kostprijs (gebruik van prefaboplossingen, beperking van bekistingwerken in situ, integratie van veiligheidsvoorzieningen, enz.), maar ook om de vereiste brandveiligheid en -weerstand (Rf 2 uur) te kunnen garanderen. De algemene stabiliteit en de stijfheid van het bouwwerk worden verzekerd door een kern uit gewapend beton en een systeem van metalen schoren die halverwege de toren zijn aangebracht, waardoor bepaalde gevelkolommen tot de voornoemde eigenschappen bijdragen. De dikte en de kwaliteit van het beton van de verschillende wanden van de kern zijn geoptimaliseerd om bestand te zijn tegen de voorziene wind- en seismische belastingen, om de horizontale componenten resulterend uit de afwijking van de kolommen op de verdiepingen te ondervangen, om de vervormingen van de toren te beperken, en om het comfort van de gebruikers op de bovenste verdiepingen te verzekeren. Er werd bewust voor prefaboplossingen gekozen voor dit type bouwwerk om doelstellingen zoals efficiëntie, een snelle constructie en een hoogwaardige kwaliteit te halen. De structuur van de typevloeren bestaat uit prefabbalken met onderflensen waarop voorgespannen vloerelementen rusten.

    Deze balken steunen op kolommen, die evens geprefabriceerd zijn. Net zoals voor de kern, zijn de afmetingen en de kwaliteit van het beton van de kolommen over de hele hoogte van de toren geoptimaliseerd overeenkomstig de last die ze moeten dragen.

    Voor de funderingen van de elementen die voor de voornaamste lastoverdrachten zorgen (kolommen, kern), zijn diepwandpanelen gebruikt of baretten die rechtstreeks steunen op een dragende grondlaag op een diepte van 54 m (Landeniaan). De dichtheid van de ondergrondse bouwlagen wordt verzekerd door een kuip bestaande uit diepwandpanelen van 80 cm dik en een waterdichte funderingsplaat van 100 cm dik. Om een up-and-down-bouwprincipe mogelijk te maken, werd een gedeelte van de ondergrondse centrale kern rechtstreeks m.b.v. diepwanden uitgevoerd. Bepaalde panelen zijn rechtstreeks gebetonneerd tot op het niveau -1; om tolerantieredenen zijn andere tussen -7 en -1 echter gevuld met grind om de wanden in een tweede fase te betonneren.

    Opdracht

    Volledige opdracht stabiliteit

    • 1 foto
    • Locatie
    mattis fringilla adipiscing neque. non felis nunc tempus dictum velit,