De sluis van Obourg, eerste stap van het project van de vier sluizen

    Het project van de “vier sluizen” omvat de bouw van vier nieuwe sluizen in Obourg, op het Centrumkanaal, en in Marchienne, Viesvilles en Gosselies op het Kanaal Charleroi-Brussel. In 2024 zijn de werken gestart voor de eerste sluis, die van Obourg. Deze werken maken deel uit van een ruimer plan: het project Seine-Schelde, waaronder ook de bouw van het Seine-Noordkanaal valt. Met het oog op de ontwikkeling van de Waalse economie, de bijdrage aan de energietransitie en de verbetering van de leefomgeving, terwijl het wegverkeer wordt ontlast, vergroot het SPW Mobiliteit en Infrastructuur het profiel van zijn bevaarbare waterwegen.

    De bestaande sluis van Obourg, 96 m lang en 11,5 m breed, werd gebouwd in de jaren 1960, tegelijk met de verbreding van het Centrumkanaal. Om te kunnen inspelen op de groeiende vraag naar binnenvaarttransport, wordt naast de bestaande sluis een nieuwe sluis gebouwd, met een lengte van 149 m en een breedte van 12,5 m. De site wordt daarmee opgewaardeerd naar het CEMT Va-profiel (2000 ton). De bestaande gebouwen worden gerenoveerd en aangevuld met nieuwe.

    Een project in twee fasen: nieuwe sluis en renovatie van de bestaande

    De volledige opdracht – van ontwerp tot opvolging van de uitvoering – voor de opwaardering van de sluis van Obourg werd toevertrouwd aan bureau greisch en het architectenbureau Canevas.

    Om de scheepvaart tijdens de volledige duur van de werkzaamheden te behouden, is het project opgesplitst in twee fasen. Eerst wordt de nieuwe sluis gebouwd, vervolgens wordt de bestaande sluis stilgelegd en gerenoveerd. De bouw van een nieuwe sluis vereist dat de bouwput tot op de funderingsdiepte wordt uitgegraven om met de aanleg van de vloerplaat (radiers) te kunnen starten. Voor de sluis van Obourg zorgt de aanwezigheid van een opgesloten watertafel en een krijtachtige ondergrond voor een zekere complexiteit in deze eerste fase. Daarom is gekozen voor een onderwateruitgraving en de aanleg van een waterdichte plug in gewapend beton met ankers, eveneens uitgevoerd onder water.

    De beschoeiing werd gerealiseerd met secanspalen en ankers. De uitgegraven zone, 195 m lang en 15,5 m breed, bereikt een diepte van 13 m. De volgende stap is het onderwaterbetonneren. Zodra het beton is uitgehard, wordt het water weggepompt en wordt de structurele geometrie in beton voltooid. Daarna volgen de plaatsing van de portieken, deuren, schuiven en andere technische installaties.

    Standaardisering van de deuren en uniformisering van de uitrustingen

    In dit sluisbouwproject wenste de opdrachtgever een verregaande standaardisering. Om deze uitdaging aan te gaan, voerde bureau greisch studies uit waarin de voorwaarden van de vier locaties werden vergeleken om één uniforme oplossing te kunnen voorstellen. De uitrustingen zoals portieken, deuren en schuiven zijn identiek, wat het onderhoud vergemakkelijkt en compatibiliteit van wisselstukken verzekert. De geometrie van de sluiskolken en het gemeenschappelijke deel van de sluishoofden konden worden gerepliceerd. De BIM-modellering, die aanvankelijk parametrisch was, kon optimaal profiteren van deze herhaalbaarheid. Nadien moesten, omdat elke site zijn eigen specifieke kenmerken heeft, technische oplossingen worden uitgewerkt voor alle vastgestelde problemen. Door homogene afmetingen en gemeenschappelijke bouwprincipes toe te passen, profiteren de vier sites van een reproduceerbaar ontwerp dat zowel de uitbating als het onderhoud vergemakkelijkt.

    Meer weten over de standaardisatie van de deuren

    Verder dan de sluis

    Het project omvat ook de bouw en renovatie van gebouwen, de herinrichting van de omgeving en de weginfrastructuur die de toegang en de circulatie op de sluislocatie mogelijk maakt.

    Het pompstation en de loods, die dateren van de bouw van de oorspronkelijke sluis, worden gerenoveerd. Om de architecturale kwaliteiten van deze gebouwen uit de jaren ’60 te behouden, wordt het met de tijd beschadigde witte geglazuurde baksteenparement vervangen door een vergelijkbare nieuwe baksteen. Openingen worden aangepast om te voldoen aan de nieuwe elektromechanische behoeften. De bestaande raamkaders, die nog in goede staat zijn, worden behouden en gerenoveerd. Het glas wordt vervangen door een performanter beglazingstype.

    Daarnaast worden nieuwe gebouwen opgetrokken: vijf technische paviljoenen voor de elektromechanische installaties, een houten bedieningsgebouw in skeletbouw en CLT, en een opslaggebouw voor de sluisdeuren. Dit laatste heeft als bijzonderheid dat het over een demonteerbaar dak beschikt, zodat de deuren bij onderhoud kunnen worden gemanipuleerd.

    De omgeving van de volledige sluis wordt heringericht om aanlegplaatsen te voorzien. Er komt ook een draaibekken zodat schepen van 135 m er kunnen keren. Hiervoor wordt het kanaal lokaal verbreed.

    De weginfrastructuur wordt vernieuwd en veiliger gemaakt: de weg die de bestaande sluis oversteekt wordt heraangelegd en er komt een veilige doorgang voor het RAVeL. Omdat de rechteroever wordt heropgebouwd, wordt dit RAVeL-tracé volledig heringericht.

    De actoren van het project

    • Opdrachtgever: SPW Mobiliteit Infrastructuur – Seine-Schelde
    • Architect: Canevas – bureau greisch
    • Studiebureau Stabiliteit, Burgerlijke Bouwkunde, Speciale Technieken: bureau greisch
    • Studiebureau Elektromechanica: Tractebel
    • Aannemers: TM Artes Depret – Artes TWT – Artes Roegiers – TRBA

    Om verder te gaan

    Royerssluis, de wedergeboorte van een reus

    Découvrir le projet de l'écluse Royers

    Lees het artikel